Werken bij CCC FSS
Europedia

pH

De pH is een maat voor de zuurgraad (ook wel zuurtegraad) van een waterige oplossing. De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur rond de 7. Zure oplossingen hebben een pH lager dan 7, basische oplossingen hebben een pH hoger dan 7.

Het concept pH is in 1909 geïntroduceerd door Søren Sørensen. De p staat voor het Duitse Potenz, dat kracht/macht betekent, en de H staat voor het waterstofion (H+) (Latijn: Pondus hydrogenii of Potentia hydrogenii). De link met de formule is duidelijk: het is de macht van de concentratie aan waterstofionen.

Waarom pH meten?

pH, wateractiviteit(Aw), temperatuur en andere parameters hebben een directe invloed op de groei van micro-organismen, waarvan pH en Aw de twee belangrijkste parameters zijn.

pH-meting

De pH van een oplossing kan op verschillende manieren worden gemeten.

  • Er zijn kleurstoffen (pH-indicatoren) die verkleuren als ze een H+-ion (van H+) opnemen of afstaan. Deze verkleuring vindt dan plaats bij een bepaalde pH. Als men verschillende kleurstoffen inzet kan men zo de pH ruwweg meten, in oplossing of op papier (= pH-papier). Bekend is de verkleuring van lakmoes, maar in de keuken ook die van rode kool (de pan kleurt blauw in het basische afwaswater; aan recepten met rode kool wordt vaak wat zure appel, citroen en/of azijn toegevoegd om te voorkomen dat het al verkleurt bij het koken). Welbekend is het lichter worden van thee na toevoegen van citroen.
  • Er zijn elektrochemische reacties waarbij H+-ionen betrokken zijn en voor zulke reacties varieert de elektrische spanning als functie van de pH. Men kan de pH meten met een pH-meter door de spanning van de elektrochemische reactie onder gecontroleerde omstandigheden te meten.
  • Door middel van titreren met behulp van een sterke base (vaak natronloog). Hierbij wordt de base bij het te onderzoeken zuur gedruppeld totdat de verkregen oplossing vrijwel geen amfolyten meer bevat. Om dit zichtbaar te maken wordt een pH-indicator gebruikt met een omslagpunt nabij de 7. Deze methode is nauwkeuriger dan in de praktijk nodig is, als het alleen gaat om het meten van de pH.

Van pH 14 tot pH 0

pH-indicatorpapier

  • pH 14: natronloog van 1 mol/l
  • pH 13: natronloog of kaliloog van 0,1 mol/l
  • pH 12: ovenreiniger
  • pH 11,5: huishoudammonia (verdunde ammonia)
  • pH 10,5: zeepsop
  • pH 9,5: bleekwater
  • pH 8,5: zeewater, darmsap (iets verhoogde pH door gal)
  • pH 7,5: eieren
  • pH 7,4: menselijk bloed
  • pH 7: zuiver, gedestilleerd water (neutraal)
  • pH 6,7: melk
  • pH 6,5: speeksel
  • pH 6: natuurlijke regen, urine
  • pH 5,5: huid
  • pH 5: licht zure regen
  • pH 4,5: tomaten, druiven, yoghurt (3,7-4,5)
  • pH 4: zure regen, tomatensap, bier
  • pH 3: consumptieazijn, wijn, zuurkool
  • pH 2,8: cola
  • pH 2: maagzuur, citroensap
  • pH 1: zwavelzuur (accuzuur)
  • pH 0: zoutzuur (1 mol/l), zwavelzuur (1 N)




Terug